Een mooi voorbeeld van kletspraat:
"Hoe vreemd het is te denken dat kennis minder belangrijk is door
internet, blijkt als je de vraag stelt: wat als het internet verdwijnt?"
Maar ja... je kunt niet aan de gang blijven.
Posts tonen met het label innovatieonderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innovatieonderwijs. Alle posts tonen
maandag 17 april 2017
zondag 4 januari 2015
De kaboutertjes en andere sprookjes...
Er moet altijd van alles in het onderwijs. De afgelopen 25 jaar heb ik van alles zien komen en gaan, maar echt beter is het er niet op geworden. Veel slechter trouwens ook niet. De vraag is wat dan eigenlijk het nut is van al die leuke ideetjes, onderwijsvernieuwingen en dat inspelen op die onafwendbare maatschappelijke ontwikkelingen.Het beste criterium om daar naar te kijken is de vraag 'wie gaat dat betalen?' en als niemand daar voor gaat betalen de vraag 'wie gaat dat dan doen?'. Het antwoord is meestal dat de kaboutertjes dat dan gaan doen. Dat is mooi toch? Je moet toch ergens in geloven...:-)
zondag 14 september 2014
Performativiteitsvertoog
"Het Alternatief wist het spuuglelijke begrip ‘afrekencultuur’ heel succesvol te framen. Het even onappetijtelijke ‘verbetercultuur’ wordt daar nu diapositief tegenover gezet, maar ik ben niet op voorhand overtuigd. Beide hebben namelijk deel aan een zelfde, overkoepeld performativiteitsvertoog: alles kan altijd beter – elke dag een beetje zelfs."
bron
bron
zondag 24 augustus 2014
Het onzekerheidsprincipe van de leraar
Ik vraag wel eens aan leerlingen
waar ik ze het meest mee geholpen heb.
't Antwoord is elke keer anders.
Olga
't Antwoord is elke keer anders.
Olga
Ik ben al een tijdje bezig met het schrijven van het vakwerkplan voor wiskunde HAVO/VWO bovenbouw. Ik heb nu een aantal pagina's geschreven, maar verder schiet het niet erg op. 't Is ook behoorlijk lastig. Bij werkvormen en differentiatie binnen de les staat zoiets als:
Welke afspraken zijn binnen het vak per afdeling gemaakt
met betrekking tot werkvormen en vormen van differentiatie? Leggen de werkvormen
een relatie met de onderwijsvisie van de
school?
|
De bedoeling is dat ik hier een zinnig antwoord op geef. Afspraken? Relatie met de visie van school? 't Is nog een studie apart...:-)
Nu zou ik deze vragen voor mezelf nog wel kunnen beantwoorden. Ik zou kunnen beschrijven wat ik allemaal zo heb uitgedacht, uitgevoerd, veranderd of van plan ben... maar dat is dan alleen wat ik doe. 't Is nog niet zeker of mijn manier de beste manier is en al helemaal niet of dit voor mijn collega's dan ook maar de beste manier moet zijn. Dat gaat te ver...:-)
Een bijkomend probleem is dat ik niet doe wat er in het vakwerkplan staat. Ik doe nieuwe dingen, maar die veranderen dan ook weer zo snel dat opschrijven wat ik precies doe ook niet zo veel zin heeft. Althans niet in zoiets als een vakwerkplan. Ik schrijf er wel over, maar ik geloof niet dat iemand dat leest.
Als je nu 's ietsje verder nadenkt over wat docenten doen dan kan je bijna niet anders concluderen dat een kerncompetentie van een docent is dat je naar eer en geweten zo goed mogelijk probeert les te geven. Dat is uiteraard gebaseerd op je kennis en ervaringen. Je doet wat nodig is, maar je kijkt tegelijkertijd heel goed of je inspanningen ook het gewenste resultaat hebben. Mocht dat niet het geval zijn dan moet je iets anders gaan doen.
Het gevolg is dat je nooit zeker bent of wat je doet wel is wat werkt. Resultaten uit het verleden geven nu eenmaal geen garantie voor de toekomst. Het verandert steeds en je komt er gaandeweg achter wat wel en niet werkt. Er zijn heel veel factoren die een rol spelen, je kunt het gewoonweg niet voorspellen. Ik noem dat het onzekerheidsprincipe van de leraar.
Dat lijkt misschien een beetje vreemd maar dat is nu juist waarom het werkt. Ik geef les in samenspraak met de leerlingen, met mijn collega's, met de ouders en met de schoolleiding. Wij doen dat samen. Iedereen die denkt dat hij of zij het beter weet heeft het per definitie mis. Dat weet je niet...
Mijn indruk is dat de kwaliteit van docenten vooral te maken heeft met het flexibel kunnen inspelen op wat er gebeurt. Bij klassikale uitleg moet je kunnen zien of wat je staat te vertellen begrepen wordt. Als leerlingen aan het werk zijn moet je kunnen zien of dat op de goede manier gebeurt. Je moet aan wat leerlingen zeggen kunnen opmaken wat er goed gaat en waar het beter kan. Als je toetst dan moet je de resultaten op hun waarde kunnen inschatten, enz.
Dit hele proces is behoorlijk ingewikkeld. Van leerdoelen naar uitvoering, van evaluatie naar innovatie. De kunst is om bij elke omstandigheid, elke klas, elk niveau met alle bijkomende kenmerken die het verschil maken de juiste keuzes kunnen maken.
Dat betekent vaak dat je iets nieuws moet bedenken, van de afspraken afwijkt en kiest voor de leerlingen, voor het proces en het uitvoeren van de taken die je gesteld zijn. Bij mij is dat ik probeer de leerlingen zo goed mogelijk wiskunde te leren bijvoorbeeld. Hoe dan ook...:-)
zaterdag 21 juni 2014
Project X
Ik probeer (bijvoorbeeld in de derde klas) nog wel 's te experimenteren met eigen lesmateriaal. Een opdracht als oppervlakte van driehoeken is daar een voorbeeld van. Tot nu toe was ik daar slechts matig tevreden over.
Er is in ieder geval altijd een hobbel die je moet overwinnen:
Dit jaar heb ik aan het eind van het schooljaar toch het gevoel dat ik nog 's een poging moet wagen. Na 8 hoofdstukken 'open deuren' wordt het tijd voor iets anders. Doe 's gek. Doe 's iets samen. Verleg 's wat grenzen.
Ik kan het niet laten dus ik ga toch nog de laatste weken raar doen. Ik heb 't maar project X genoemd. Ik verdeel de klas in groepen, wiskunde A en wiskunde B groepen en VWO- en HAVO-leerlingen bij elkaar... Ik heb een aantal opdrachten klaar liggen en de uitwerkingen worden ingeleverd, ik beoordeel ze en de resultaten tellen mee als 'proef van hoofdstuk 9'.
Een mooi experiment dat waarschijnlijk meer vragen oproept dan het zal beantwoorden, maar wat geeft het? Als je niet verdwaald dan kom je nooit ergens. Ik ga 't maar gewoon 's doen en dan komen de vragen vanzelf.:-)
Er is in ieder geval altijd een hobbel die je moet overwinnen:
- Leerlingen hebben niet automatisch het idee dat 'mijn opdrachten' erg relevant zijn. Willem kan van alles bedenken maar 't staat niet in het boek dus moeten wij dat dan leren? Komt het in de proef? Of is het meer voor de lol? Zitten wij daar dan op te wachten? Hoe nuttig kan dat zijn?
Dit jaar heb ik aan het eind van het schooljaar toch het gevoel dat ik nog 's een poging moet wagen. Na 8 hoofdstukken 'open deuren' wordt het tijd voor iets anders. Doe 's gek. Doe 's iets samen. Verleg 's wat grenzen.
Ik kan het niet laten dus ik ga toch nog de laatste weken raar doen. Ik heb 't maar project X genoemd. Ik verdeel de klas in groepen, wiskunde A en wiskunde B groepen en VWO- en HAVO-leerlingen bij elkaar... Ik heb een aantal opdrachten klaar liggen en de uitwerkingen worden ingeleverd, ik beoordeel ze en de resultaten tellen mee als 'proef van hoofdstuk 9'.
Een mooi experiment dat waarschijnlijk meer vragen oproept dan het zal beantwoorden, maar wat geeft het? Als je niet verdwaald dan kom je nooit ergens. Ik ga 't maar gewoon 's doen en dan komen de vragen vanzelf.:-)
vrijdag 20 juni 2014
Eén groot misverstand
Uit 'Early Predictors of High School Mathematics Achievement':
Ik heb 't onderzoeksverslag niet heel erg goed bekeken, maar ik ga er vanuit dat het deugt. Er is een significante samenhang tussen 'breuken en staartdelen' en de resultaten voor wiskunde op de middelbare school. Dat is (misschien) opmerkelijk maar geen wereldnieuws. Maar de 'conclusie' dat we ons in het basisonderwijs vooral moeten richten op die vaardigheden begrijp ik niet helemaal. Ik zal 't proberen uit te leggen:-)
Ik vraag me nu al geruime tijd af waar die ellende van die verplichte rekentoets in het voortgezet onderwijs eigenlijk vandaan komt. Ik heb 't niet ernstig bestudeerd maar ik heb het idee dat er iets niet helemaal in de haak is...:-)
Het hoger-onderwijs roept iets (bijvoorbeeld dat studenten niet kunnen rekenen) en iedereen denkt dat ze een punt hebben. Sterker nog, er zou best wel een duidelijke samenhang kunnen zijn tussen 'rekenvaardigheid' en 'studiesucces'. De boodschap is dat studenten niet kunnen rekenen en dat het voortgezet onderwijs daar 's iets aan moet doen. Ook niet zo gek bedacht, maar klopt dat wel?
Je zou misschien nog wel kunnen stellen dat de 'tweede fase' en 'het studiehuis' ook min of meer door het hoger-onderwijs aangeslingerd zijn. Studenten zouden niet goed in staat zijn 'zelfstandig' te kunnen werken en zo, dus daar moest nodig verandering in komen. Dat dat uiteindelijk ten koste ging van een aantal andere vaardigheden had men toch wel een beetje kunnen zien aankomen.
Een aantal jaren geleden was er in het kader van aansluitproblemen toch wel een soort notie wat er zou moeten gebeuren. In het verslag van de bijeenkomst VO-HO aansluiting wiskunde 23 april 2007 kwam ik een 'wensenlijstje' tegen met ‘wat studenten wiskunde zouden moeten beheersen’:
Ik zal de komende tijd dus maar weer 's van alles gaan schrijven. See you later... calculator:-)
|
Ik heb 't onderzoeksverslag niet heel erg goed bekeken, maar ik ga er vanuit dat het deugt. Er is een significante samenhang tussen 'breuken en staartdelen' en de resultaten voor wiskunde op de middelbare school. Dat is (misschien) opmerkelijk maar geen wereldnieuws. Maar de 'conclusie' dat we ons in het basisonderwijs vooral moeten richten op die vaardigheden begrijp ik niet helemaal. Ik zal 't proberen uit te leggen:-)
Ik vraag me nu al geruime tijd af waar die ellende van die verplichte rekentoets in het voortgezet onderwijs eigenlijk vandaan komt. Ik heb 't niet ernstig bestudeerd maar ik heb het idee dat er iets niet helemaal in de haak is...:-)
Het hoger-onderwijs roept iets (bijvoorbeeld dat studenten niet kunnen rekenen) en iedereen denkt dat ze een punt hebben. Sterker nog, er zou best wel een duidelijke samenhang kunnen zijn tussen 'rekenvaardigheid' en 'studiesucces'. De boodschap is dat studenten niet kunnen rekenen en dat het voortgezet onderwijs daar 's iets aan moet doen. Ook niet zo gek bedacht, maar klopt dat wel?
Je zou misschien nog wel kunnen stellen dat de 'tweede fase' en 'het studiehuis' ook min of meer door het hoger-onderwijs aangeslingerd zijn. Studenten zouden niet goed in staat zijn 'zelfstandig' te kunnen werken en zo, dus daar moest nodig verandering in komen. Dat dat uiteindelijk ten koste ging van een aantal andere vaardigheden had men toch wel een beetje kunnen zien aankomen.
Een aantal jaren geleden was er in het kader van aansluitproblemen toch wel een soort notie wat er zou moeten gebeuren. In het verslag van de bijeenkomst VO-HO aansluiting wiskunde 23 april 2007 kwam ik een 'wensenlijstje' tegen met ‘wat studenten wiskunde zouden moeten beheersen’:
- redeneren
- notaties kunnen lezen en schrijven
- gevoel voor abstractie
- een bepaalde werk- en studiehouding
Ik zal de komende tijd dus maar weer 's van alles gaan schrijven. See you later... calculator:-)
vrijdag 6 juni 2014
Leraar van de 21ste eeuw
"Heeft de leraar ook nog iets in te brengen?" - het antwoord is nee... en dan kunnen we nu weer fijn sommen maken....:-)
#hetlevengaatdoor
Aan het werk, luie rotblokken...:-)
Eindelijk wordt er 's serieus werk gemaakt van het verspillen van geld dat bedoeld is voor het onderwijs. Is dat beleid of is er over nagedacht?
#hetlevengaatdoor
De richting is bepaald, de sturing centraal en de snelheid hoog. Wolken gebakken lucht of bergen bevroren water?Money, money, money...:-)
PO-raad en VO-raad gaan vraag naar leermiddelen sturen
Aan het werk, luie rotblokken...:-)
Eindelijk wordt er 's serieus werk gemaakt van het verspillen van geld dat bedoeld is voor het onderwijs. Is dat beleid of is er over nagedacht?
maandag 24 februari 2014
Docent-ontwerper
"Deze docent is met recht een ontwerper – hij wordt meer dan iemand anders gekenmerkt door een unieke, bewuste combinatie die hij net als een ontwerper maakt tussen esthetiek en politiek – waardoor hij (impliciet) oog heeft voor, en uitdrukking geeft aan, hetgeen mooi en belangrijk is aan ons onderwijs."
bron
bron
zondag 16 februari 2014
Adaptieve technologie
"Ik dacht (eigenlijk) dat ‘adaptiviteit’ vooral in de inhoud zat. De techniek moet het mogelijk maken dat ‘studenten’ keuzes maken en creëren in plaats van vastgestelde content en consumeren.
Kortom: het zijn niet de instrumenten die de doorslag geven maar de muziek!:-)
Maar daarmee zijn we er nog niet natuurlijk…"
bron
Kortom: het zijn niet de instrumenten die de doorslag geven maar de muziek!:-)
Maar daarmee zijn we er nog niet natuurlijk…"
bron
maandag 30 december 2013
Gebruik van technologie voor leren: de volgende fase
Heel toevallig verschenen er in mijn TL vandaag een bericht dat ik hier wil vermelden.
"In de derde fase wordt het leren gepland, en wordt alomtegenwoordige en onzichtbare technologie als een natuurlijk iets gebruikt. Ook voor de transfer van het geleerde naar andere thema’s of vakgebieden. Soms gebruik je technologie, soms niet.
Het bereiken van leerdoelen vindt plaats via actief leren, formatieve manieren van beoordelen en feedback. Content is niet zo belangrijk. Waar het om gaat zijn de mogelijkheden om verbindingen te maken tussen het geleerde en authentieke problemen.
Ook nu wordt een beroep gedaan op denkvermogens van een hogere orde om authentieke problemen op te lossen."
bronKijk 's aan. We zijn benieuwd. Als je 't al te letterlijk neemt dan zou nog best kunnen kloppen eventueel...:-)
woensdag 2 oktober 2013
Startbijeenkomst
Stichting leerKRACHT sluit hier naadloos op aan met de ontwikkeling van een getoetste, praktische en kopieerbare aanpak waarbij scholen zelf de kwaliteit van hun onderwijs aanzienlijk kunnen verbeteren.
vrijdag 14 juni 2013
Waarom moet het altijd leuk zijn?
Op vergaderingen kan het je overkomen dat iemand dan gaat roepen 'waarom moet het altijd leuk zijn?'. Daar zit vast een diepe gedachte achter: 'het leven is gewoon niet leuk, dus wen er maar vast aan'.
Dat is wel een gemiste kans, want leren gaat zoveel makkelijker en beter als je plezier hebt in waar je mee bezig bent. Dat 'leuk' zijn is een intrinsieke vorm van leuk die nu juist zo kenmerkend is van bezig zijn met wiskunde: dingen ontdekken, je dingen afvragen, dingen zeker weten, dingen kunnen oplossen... enz...
Meestal is er geen gelegenheid om tijdens de oppervlakkige uitwisseling van gedachten bij vergaderingen je standpunt te nuanceren. Je probeert een punt te maken en je wordt meteen afgeschoten, zeg maar. Terwijl, na bijna 25 jaar wiskundeonderwijs, ik er van overtuigd ben dat het 'leuk zijn' een belangrijke indicator is of je onderwijs wel deugt. Als leerlingen wiskunde niet leuk vinden dan klopt er iets niet.
Vandaag heb ik bedacht dat 30 leerlingen in een lokaal zetten en vragen om in stilte en in hun eentje zich bezig te houden met een schriftelijke cursus 'opgaven maken' misschien niet de juiste werkvorm is. Leerlingen willen interactie, zich laten zien, dingen verzinnen, spelletjes doen, elkaar uitdagen, opvallen, zingen, gillen, elkaar aanraken, bewegen, ijsjes eten, met hun telefoon spelen,...
Maar dat kan natuurlijk niet. Nee, je moet sommen maken... boeiend:-))
maandag 1 april 2013
Was er dan een plan dan?
Ik geloof dat ik deze zoektocht maar even laat zitten.
- Maak het verhaal verder zelf af en kleur de plaatjes... Ik heb 't met is.gd/MfuFxY wel gehad...:-)) volgend jaar meer....
- Denk maar niet dat er kant-en-klare oplossingen te vinden zijn... is.gd/FLuUdI zelf doen! #montessori - ben ik er van af:-))
- Over zoiets als is.gd/Pahxdu kan ik dan weer lang nadenken. Wat heet gratis? Ergens klopt er iets niet...
- "En excuses zijn op z’n minst ook op zijn plaats" - excuses... sorry... alvast dan bij deze... #vreemde gang van zaken.:-)
vrijdag 1 maart 2013
De onderwijsvernieuwingsindustrie
Wat lees ik nu?
Ons onderwijs is ingericht rond de wetmatigheden van de geïndustrialiseerde samenleving. Centraal staat een lineair- mechanisch leerproces dat georganiseerd wordt rond het ontsluiten van kennis via boeken en docenten.Dat is nog 's een mooie binnenkomer. Stomme pinguin...:-)
bron
vrijdag 22 februari 2013
Tegenwind
Wind wordt pas tegenwind, als jij een bepaalde kant op moet.
Eén van de leukste dingen van de afgelopen weken was de #edutweetup in Utrecht. Daarover niets dan goeds. Ik had al eerder de voorzichtige conclusie getrokken dat mensen in het 'echt' nog leuker zijn dan 'virtueel'. Maar er is nog wel meer over te zeggen.
Eén van de belangrijke opbrengsten van mijn 'digitale bestaan' is dat ik in contact kom met allerlei mensen, kennis neem van ideeën, mijn horizon verbreedt en dat allemaal ook in het kader van het onderwijs.
Zo'n virtuele hoedanigheid is naast het 'normale leven en werken' een zeer welkome aanvulling. In de waan van alledag lijkt er weinig ruimte te zijn voor uitwisseling, diepe gedachten of inspiratie. Iedereen is al blij al het allemaal een beetje loopt en de schade die je aanricht met je inspanningen enigszins beperkt blijft...:-)
Er zit echter ook een 'andere kant' aan dat 'digitale bestaan'. Het zou zo maar kunnen gebeuren dat je perceptie van je 'normale bestaan' anders wordt. Dat je zo langzamerhand gaat twijfelen of je normale bestaan nu wel zo normaal is. Is dat eigenlijk wel wat ik wil? Moet ik niet spoorslags gaan doen wat ik zelf wil? Waarom is een bijeenkomst van een groep 9 mensen die, min of meer toevallig, bij elkaar gekomen zijn, zoveel leuker en inspirerender dan... (vul maar in:-)
Je zou daar zomaar erg ongelukkig van kunnen worden. Dat zou kunnen, maar misschien moet je het wel beschouwen als een kans, een teken aan de wand... een signaal... een vingerwijzing. Een nieuwe start? Moet ik niet 's op zoek?
Ik ben er nog niet helemaal uit. Maar ik moet nog 12 jaar, dus is het niet zo verkeerd om nog 's HEEL goed na te denken over het leven en in het bijzonder mijn professionele hoedanigheid in de breedste zin van het woord.
donderdag 21 februari 2013
Het onzichtbare leren
Ik heb op Twitter een beetje lollig zitten doen over het onzichtbare leren. Als je er een tijdje over doorgrapt dan krijg je al snel onzichtbare leerlingen, onzichtbare docenten, dito schoolleiding, schoolgebouwen en nog veel meer van die 'dingen'. Wel grappig, maar er is ook nog wel iets zinnig over te zeggen.
Ik had op woensdag 18 januari 2012 al een keer een verwijzing opgenomen naar 'invisiblelearning.com'.
Ik vind de term 'onzichtbaar' niet zo 'handig'. Andere termen die er tegenaan schurken zijn: informeel, onbedoeld, impliciet, plaats- en tijdonafhankelijk, samenwerkend, e.d.
Het idee is dat de rol van de docent als 'overdrager van kennis' verandert in 'begeleider van een leerproces' dat in toenemende mate plaats vindt buiten de muren van het klaslokaal. Naast het opdoen van die kennis die alom vertegenwoordigd is wordt er allerlei extra dingen geleerd die niet direct 'zichtbaar' zijn, maar wel van belang voor de ontwikkeling van leerlingen.
Ik gebruik zelf de term 'het onzichtbare leren' voor al die dingen die docenten 'veroorzaken' die niet direct 'meetbaar' zijn. Er wordt bijvoorbeeld wel 'gekeken' naar 'zichtbare' resultaten (cijfers, doorstroming, e.d.) maar de 'echte effecten' van het onderwijs worden zelden onderzocht. Terwijl het daar, uiteindelijk, natuurlijk wel om gaat.
Ik geloof dus niet dat 'het onzichtbare leren' iets nieuws is. Dat was er altijd al. Misschien dat sommige mensen het niet zien, dat kan.:-)
Waarmee ik wil zeggen dat 'onderwijsvernieuwers' niet steeds maar weer moeten proberen het 'oude onderwijs' als oppervlakkig af te schilderen en roepen dat ze 'iets nieuws' hebben bedacht, terwijl dat nog maar zeer de vraag is. Als je daar dan toch nog iets mee wilt bereiken probeer dan op z'n minst je termonologie zo te kiezen dat niet iedereen meteen in de gordijnen hangt.
De kunst van nieuw en innovatief onderwijs is niet het afbreken van de dingen die je niet begrijpt maar andere wegen te ontdekken en combinaties of verbindingen te maken met bestaande praktijken die hebben bewezen te werken.
Ik had op woensdag 18 januari 2012 al een keer een verwijzing opgenomen naar 'invisiblelearning.com'.
"The proposed invisible learning concept is the result of several years of research and work to integrate diverse perspectives on a new paradigm of learning and human capital development that is especially relevant in the context of the 21st century."Ik stel vast dat 'het onzichtbare leren' een concept is dat een andere kijk geeft op leren en dan met name het leren in de 21ste eeuw.
Ik vind de term 'onzichtbaar' niet zo 'handig'. Andere termen die er tegenaan schurken zijn: informeel, onbedoeld, impliciet, plaats- en tijdonafhankelijk, samenwerkend, e.d.
Het idee is dat de rol van de docent als 'overdrager van kennis' verandert in 'begeleider van een leerproces' dat in toenemende mate plaats vindt buiten de muren van het klaslokaal. Naast het opdoen van die kennis die alom vertegenwoordigd is wordt er allerlei extra dingen geleerd die niet direct 'zichtbaar' zijn, maar wel van belang voor de ontwikkeling van leerlingen.
Ik gebruik zelf de term 'het onzichtbare leren' voor al die dingen die docenten 'veroorzaken' die niet direct 'meetbaar' zijn. Er wordt bijvoorbeeld wel 'gekeken' naar 'zichtbare' resultaten (cijfers, doorstroming, e.d.) maar de 'echte effecten' van het onderwijs worden zelden onderzocht. Terwijl het daar, uiteindelijk, natuurlijk wel om gaat.
- Zie bijvoorbeeld Wat hebben we geleerd?
Ik geloof dus niet dat 'het onzichtbare leren' iets nieuws is. Dat was er altijd al. Misschien dat sommige mensen het niet zien, dat kan.:-)
Waarmee ik wil zeggen dat 'onderwijsvernieuwers' niet steeds maar weer moeten proberen het 'oude onderwijs' als oppervlakkig af te schilderen en roepen dat ze 'iets nieuws' hebben bedacht, terwijl dat nog maar zeer de vraag is. Als je daar dan toch nog iets mee wilt bereiken probeer dan op z'n minst je termonologie zo te kiezen dat niet iedereen meteen in de gordijnen hangt.
De kunst van nieuw en innovatief onderwijs is niet het afbreken van de dingen die je niet begrijpt maar andere wegen te ontdekken en combinaties of verbindingen te maken met bestaande praktijken die hebben bewezen te werken.
zaterdag 19 januari 2013
Leerstijlen zijn onzin
Op innovatie & onderwijs kan je een aantal mooie citaten/verwijzingen vinden over leerstijlen. Ik heb daar verder niet zo veel aan toe te voegen, behalve dan de vraag hoe je 'onzin' en 'zinvol' zou kunnen onderscheiden. Hoe kan je nu zien dat zoiets als 'leerstijlen' eigenlijk onzin is?
Grof gezegd komt het er op neer dat er 4 verschillende leerstijlen zijn te onderscheiden. Dat hadden er ook 3 of 23 kunnen zijn, maar 3 is misschien wat weinig en 23 is misschien een beetje te veel van het goede.
De cursusleidster 'kantklossen' reageerde enigszins geirriteerd op mijn opmerking dat ik mijn tweede klas te maken heb met wel 31 verschillende leerstijlen. Als we zo gaan beginnen is het einde zoek, natuurlijk. Maar 't is wel zo...:-)
Uiteindelijk blijkt dat leerlingen niet één leerstijl hebben maar een combinatie van verschillende leerstijlen maar dat sommige leerstijlen minder ontwikkeld zijn. Mijn conclusie zou dan zijn dat je dan juist moet inzetten op die dingen die nog wat verdere ontwikkeling nodig hebben. Je kunt (ook in het vervolgonderwijs) niet alleen maar leren zoals jij dat wilt. Je zult in allerei omstandigheden moeten proberen zo goed mogelijk het maximale te halen uit je inspanningen.
Dus leerstijlen zijn helemaal niet zo heel erg duidelijk te onderscheiden. Het zijn 'verschillende kanten' van een complex proces. Het is niet verkeerd om in je onderwijs ruimte te maken voor verschillende manieren van leren en recht doen aan verschillen tussen leerlingen. Maar dat heeft verder met leerstijlen niet zo veel te maken.
Kortom: dat 'er zijn vier te onderscheiden leerstijlen die niet te onderscheiden zijn' is een herkenbare indicator voor geleuter. Het is een metafoor voor de vaststelling dat iedereen anders is en dat iedereen moet leren om op verschillende manieren, in verschillende omstandigheden te leren leren.
Mijn idee is dat als je complexe processen wilt begrijpen dat je dan niet moet proberen de zaak eenvoudiger voor te stellen dan het is om vervolgens te proberen de zaak weer recht te praten omdat de dingen nu eenmaal ingewikkelder zijn dan de oorspronkelijk versimpeling. Op die manier raak je belangrijke verbindingen kwijt.
Erger is dat een 'verkeerde diagnose' je kijk op de werkelijkheid aardig kan vertroebelen. Je hebt iets in je hoofd en wat denk je? Overal zie je daar bevestigingen van. Dat lijkt toch wel heel veel op één van de blinde vlekken. Niet doen dus.
Grof gezegd komt het er op neer dat er 4 verschillende leerstijlen zijn te onderscheiden. Dat hadden er ook 3 of 23 kunnen zijn, maar 3 is misschien wat weinig en 23 is misschien een beetje te veel van het goede.
De cursusleidster 'kantklossen' reageerde enigszins geirriteerd op mijn opmerking dat ik mijn tweede klas te maken heb met wel 31 verschillende leerstijlen. Als we zo gaan beginnen is het einde zoek, natuurlijk. Maar 't is wel zo...:-)
Uiteindelijk blijkt dat leerlingen niet één leerstijl hebben maar een combinatie van verschillende leerstijlen maar dat sommige leerstijlen minder ontwikkeld zijn. Mijn conclusie zou dan zijn dat je dan juist moet inzetten op die dingen die nog wat verdere ontwikkeling nodig hebben. Je kunt (ook in het vervolgonderwijs) niet alleen maar leren zoals jij dat wilt. Je zult in allerei omstandigheden moeten proberen zo goed mogelijk het maximale te halen uit je inspanningen.
Dus leerstijlen zijn helemaal niet zo heel erg duidelijk te onderscheiden. Het zijn 'verschillende kanten' van een complex proces. Het is niet verkeerd om in je onderwijs ruimte te maken voor verschillende manieren van leren en recht doen aan verschillen tussen leerlingen. Maar dat heeft verder met leerstijlen niet zo veel te maken.
Kortom: dat 'er zijn vier te onderscheiden leerstijlen die niet te onderscheiden zijn' is een herkenbare indicator voor geleuter. Het is een metafoor voor de vaststelling dat iedereen anders is en dat iedereen moet leren om op verschillende manieren, in verschillende omstandigheden te leren leren.
Mijn idee is dat als je complexe processen wilt begrijpen dat je dan niet moet proberen de zaak eenvoudiger voor te stellen dan het is om vervolgens te proberen de zaak weer recht te praten omdat de dingen nu eenmaal ingewikkelder zijn dan de oorspronkelijk versimpeling. Op die manier raak je belangrijke verbindingen kwijt.
Erger is dat een 'verkeerde diagnose' je kijk op de werkelijkheid aardig kan vertroebelen. Je hebt iets in je hoofd en wat denk je? Overal zie je daar bevestigingen van. Dat lijkt toch wel heel veel op één van de blinde vlekken. Niet doen dus.
vrijdag 18 januari 2013
Double bind
Eén van de meest heldere voorbeelden van 'double bind' is:
In organisaties kan je dat ook tegen komen. Als je mensen 'gek' wilt maken is dat wel een soort van plan. Waarschijnlijk is het allerbeste je van dat soort dubbele boodschappen in het geheel niets aan te trekken en gewoon te (blijven) doen wat je denkt dat (in jouw situatie) nodig is. Er is altijd ruimte voor verbetering, maar men moet niet overdrijven.
Maar let er maar 's op. Ik zou er zo een hele verzameling voorbeelden van kunnen geven. Dat ga ik niet doen, want je moet ook niet proberen de wijsneus uit te hangen. Nee, we gaan volgende week weer fijn kantklossen, denk ik. Of was het figuurzagen? Bloemschikken? Ik zal me proberen netjes te gedragen.
Zie ook 'zelfreferentie'.
A mother gives her son two different shirts as gifts for his birthday. He wears one of the shirts to his birthday party. His mother sees him and her first words to him are, “You didn’t like the other shirt?”Wat zoonlief ook doet, het is nooit goed. Op Wikipedia staat 'double bind' als 'pragmatische paradox'.
In organisaties kan je dat ook tegen komen. Als je mensen 'gek' wilt maken is dat wel een soort van plan. Waarschijnlijk is het allerbeste je van dat soort dubbele boodschappen in het geheel niets aan te trekken en gewoon te (blijven) doen wat je denkt dat (in jouw situatie) nodig is. Er is altijd ruimte voor verbetering, maar men moet niet overdrijven.
Maar let er maar 's op. Ik zou er zo een hele verzameling voorbeelden van kunnen geven. Dat ga ik niet doen, want je moet ook niet proberen de wijsneus uit te hangen. Nee, we gaan volgende week weer fijn kantklossen, denk ik. Of was het figuurzagen? Bloemschikken? Ik zal me proberen netjes te gedragen.
Zie ook 'zelfreferentie'.
zaterdag 29 december 2012
Wat is waar?
In het plaatje hierboven zijn de staafjes allemaal even lang. Dat kan je makkelijk controleren door te meten. Kennelijk kun je, zelfs niet in eenvoudige situaties, afgaan op je waarneming. Dingen kunnen heel anders lijken dan dat ze zijn. Een lineaal is in dit geval een instrument om vast te stellen of 'wat je ziet' wel klopt. Dat klopt dus niet...
Nu is dit nog redelijk eenvoudig. Ondanks dat je weet dat het anders is ontkom je er niet aan de staafjes als ongelijk te zien. Dat is wonderlijk toch? Maar als dat bij zoiets simpel al ingewikkeld is hoe zou dat zijn bij de meer complexe vormen van introspectie, observatie en gepercipeerde werkelijkheid? Daar is dan toch vrijwel geen beginnen aan?
Gelukkig hebben we voor het tegengaan van bijgeloof, waandenkbeelden, vooroordelen en andere vormen van verstoorde waarneming iets uitgevonden. Dat heet wetenschap. Theorieën, hypotheses, onderzoek, toetsen, herhalen, verifiëren, enz...
Het is verstandig om juist de dingen die iedereen als vanzelfsprekend beschouwt aan een onderzoek te onderwerpen. Een verkeerde diagnose leidt niet tot genezing. Dat is misschien iets om in het nieuwe jaar aan te denken.
zaterdag 22 december 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)