vrijdag 19 november 2010

Het onbegrepen leren

Vanmorgen zag ik ergens de kreet 'niet-gestuurd leren' voorbij komen. Is dat iets nieuws? Na het 'nieuwe', 'onbedoelde', 'onzichtbare' en 'andere' leren hebben we dan nu ook het 'niet-gestuurd leren'. Voor elke scheet een nieuwe kreet...:-)

Ik probeer me dat dan altijd concreet voor te stellen. Je zet een aantal jongens en meisjes in een ruimte en roept 'ik zeg niks!' en 'succes!' en dan maar kijken wat er gebeurt?

Dat zal wel niet het idee zijn. Er is veel verwarring omtrent 'leren'. Meestal bedoelt men 'onderwijzen', want 'leren' dat doet iedereen altijd en overal. Of je nu een spelletje speelt, doelloos uit het raam zit te staren of gewoon een liedje zingt... Leren doe je altijd. Slap uit je nek kletsen, een stukkie schrijven, twitteren, gronzelen of als je zit te malen. Allemaal leren, leren en nog meer leren...

Het is zonneklaar dat kinderen zomaar van alles leren zonder dat iemand daar iets voor moet doen. Zoiets als 'natuurlijk leren' is een onzinnig begrip want leren is altijd natuurlijk, het zit ingebakken in de menselijk natuur. Onderwijskundigen e.d. hebben bedacht dat het toch wel geweldig zou zijn als kinderen op school op een natuurlijk manier alles leren. Maar dat gebeurt altijd al.

Het probleem is echter dat we graag willen dat kinderen dingen leren die wij belangrijk vinden (lezen, rekenen en nadenken). Dat willen we dan graag regelen. Ik noem dat altijd maar even 'onderwijs'. Maar hoe zorg je er nu voor dat kinderen op een natuurlijke manier en intrinsiek gemotiveerd dingen gaan leren die ze helemaal niet willen leren? Dingen die eigenlijk helemaal niet interessant zijn. Niet relevant, niet gewenst, onzinnig en doelloos?

Vroeger riepen we dan gewoon 'dat is belangrijk voor later'. 'Wacht maar, als je groot bent dan zul je ons dankbaar zijn. Geloof me maar!' Maar daar kan je tegenwoordig waarschijnlijk niet meer mee aan komen.

Maar helemaal vreemd is die gedachte niet. Hoe kunnen kinderen weten wat belangrijk is om te weten als je niet weet wat er is te weten? Hoe kun je als docent willen sturen zonder te sturen? Dat gaat dus niet.

In het algemeen kunnen mensen altijd veel meer dan ze zelf weten. Mensen kunnen veel meer dan ze zelf willen. De belangrijkste opdracht van het onderwijs is om leerlingen over dat soort drempels heen te helpen, het maximale uit leerlingen te halen en zelfs onwilligen te verleiden tot mooie prestaties.

Volgens mij moet je daar als docent alles aan doen wat binnen je mogelijkheden ligt. Dat is wat docenten doen! Het idee dat als je nu maar 'niks doet' dat het 'vanzelf goed komt' is natuurlijk onzin. Het gaat er nu juist om dat onderwijs zo in te richten dat er goede resultaten worden behaald en iedereen toch blij is...:-)

1 opmerking:

  1. Mooi stukje, Willem! Ik ben het van harte met je eens. Wel moet je als kind naturlijk vertrouwen (kunnen) hebben in de volwassenen om je heen, dat die het echt bij het goede eind hebben als ze je dingen leren 'voor later'. Dat vraagt om leerkrachten en leraren met een zichtbaar vertrouwen in het eigen kunnen & weten.

    Leergierige kinderen hebben een paar drijfveren om moeilijke, schoolse dingen te leren zoals procenten en passaatwinden. Ten eerste het vertrouwen dat het 'ergens' goed voor is: voor later, voor de vervolgopleiding, voor je algemene ontwikkeling, voor het leven. En voor de toets natuurlijk.

    Ten tweede de uitdaging: als ik me hiervoor inzet, gaat het me lukken, en dat kietelt plezierig. Het type zelfvertrouwen dat bovengemiddeld lerende kinderen nog 'ns extra hebben bovenop hun toch al grotere intellectuele capaciteiten. Waarom zou een relatief domme leerling denken 'als ik mijn best doe, snap ik het'? Hij is op dit vlak juist al te vaak teleurgesteld. Het is dus onze taak als leraar om zo'n leerling toch succes te laten ervaren - op zijn niveau.

    Veel volwassenen weten nog met trots te vertellen over de dingen die ze vroeger op school leerden bij 'leuke leraren'. Totaal onnutte zaken zoals redox-reacties, de arctangens, het naamwoordelijk gezegde en het feodale stelsel. De lol schuilt voor een deel in het delen van deze - culturele - kennis, en voor een deel in de succeservaring van de leertaak. Dat die kennis ons niet 'natuurlijk' kwam aangewaaid, maar door de leraar naar binnen werd geduwd, blijkt op zichzelf geen enkel bezwaar. Bezwaren gaan pas tellen bij stomme leraren, niet-overtuigende leraren, leerstof waar geen leven in werd geblazen.

    Ik heb ook een berg mislukte wapenfeiten op mijn kerfstok, maar ook wapenfeiten waar ik trots op ben. Zoals die keer dat ik Jan Hanlo's poëzie en Luceberts Apocriefe gedichten liet declameren door havo-4, en Turkse & Marokkaanse jongens & meisjes na de les enthousiast kwamen vragen of ze die rare dichtbundeltjes van me mochten lenen. Dan denk je 'Yesssss!'.

    Ook al gaan ze daarna iets economisch studeren of openen ze een winkeltje in tweedehands kleding. Overtuigend lesgeven bewijst zichzelf en is zijn eigen maximale resultaat.

    En moet ik dat straks voor een 'prestatiebeloning' gaan doen? Ze zijn nog precies even gestoord, daar in Den Haag.

    BeantwoordenVerwijderen